Start

  1. Wat is motoriek?

    Motoriek = bewegen.

    Wanneer een kind zich voldoende vlot en soepel kan bewegen, zal het meer plezier hebben in bewegingsactiviteiten en zich beter voelen in de omgang met andere kinderen.
     

  2. Grove motoriek

    Ruw bewegen, grove bewegingen zoals: lopen, gaan, kruipen, hinkelen, huppelen, klimmen, schommelen, fietsen, gooien, met de bals spelen, trappen of lopen...
     

  3. Fijne motoriek

    Kleine, fijne bewegingen die je met je handen en vingers maakt, zoals; vastnemen van kleine blokjes, stukjes van een puzzel of andere kleine voorwerpen, kleuren, knippen, boetseren, kralen rijgen ...
     

  4. Welke moeilijkheden kunnen zich voordoen?

    De motorische ontwikkeling is erg verschillend van kind tot kind.
    Dit is afhankelijk van 't eigen temperament van het kind, geslacht, beschikbaar bewegingsmateriaal, sfeer waarin het kind opgroeit.
    De motorische vaardigheden zijn meestal verworven rond de leeftijd van 6 jaar.

    Bij sommige kinderen blijven er echter moeilijkheden bestaan.

    Je kind :

                - kan nog niet hinkelen
                - kan niet op één been staan
                - kan moeilijk trappen op en af lopen
                - stoot gemakkelijk iets om en morst regelmatig
                - kan zich niet aan- en uitkleden
                - kan niet knippen
                - kan niet binnen de lijn kleuren
                - schrijft onleesbaar
                - kan zich moeilijk concentreren
                - heeft gedragsproblemen
     

  5. Wat onderzoeken wij?

    a. onderzoek van de neurotische ontwikkeling
    b. onderzoek van de lateralisatie
    c. onderzoek van het lichaamsplan en lichaamsbesef
    d. handvaardigheid
    e. ruimte
    f. visuele perceptie
    g. auditieve perceptie en tijdsbeleving
    h. relaxatievermogen, tonus en inhibitie
    i. concentratie
    j. observatie van het gedrag
     

  6. Hoe behandelen wij?

    Individueel of in groepjes

    Kritische ontwikkelingsbegeleiding volgens F.J. Hendrickx

    Klassieke psychomotoriek

     

  7. Wat kan je doen?

    Ouders hoeven niet voortdurend op te letten of hun kind wel voldoende beweegt.
    De meeste kinderen oefenen spontaan, maar hebben soms wat aanmoediging nodig.
    Een kind moet voldoende kansen krijgen om te bewegen, te fietsen, met de bal te spelen, te knippen, te kleuren, parels te rijgen ...
    Doe niet te veel in de plaats van het kind.

    Stimuleer je kind om zelf dingen te doen, zoals :
    boterhammen smeren, jas dicht doen, aan- en uitkleden, veters binden.

     

  8. Aanvullende activiteiten

    - deelname aan de klassenraden
    - oudercontact
    - gedragsopvoeding
    - samenwerking met leerkrachten, CLB, logopedisten en andere kinesitherapeuten
    - maandelijkse bijscholing.